Spring naar inhoud

13.Toelichting op de balans

Activa

Bedragen x € 1.000, tenzij anders vermeld.

[0] Immateriële vaste activa
Verloopoverzicht [0] 2025 2024
Historische kostprijs per 1 januari   724 724
Cumulatieve waardeveranderingen per 1 januari   -298 -153
Boekwaarde 1 januari   426 571
       
Mutaties in het boekjaar:      
Investeringen   43 0
Afschrijvingen   -145 -145
Saldo mutaties in het boekjaar   -101 -145
       
Historische kostprijs per 31 december   767 724
Cumulatieve waardeveranderingen per 31 december   -443 -298
Boekwaarde 31 december   324 426
De post immateriële vaste activa heeft betrekking op investeringen in het ERP- en DMS-systeem. De economische levensduur van deze systemen is bepaald op 5 jaar.
[1] Vastgoedbeleggingen
  [1] 31-12-2025 31-12-2024
DAEB vastgoed in exploitatie [1.1] 440.856 420.594
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie [1.2] 67.639 64.931
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden [1.3] 29.404 28.669
Onroerende zaken in ontwikkeling [1.4] 1.621 1.108
Saldo einde boekjaar   539.520 515.302
[1.1] DAEB vastgoed in exploitatie
Verloopoverzicht [1.1] 2025 2024
Historische kostprijs per 1 januari   139.718 127.508
Cumulatieve waardevermindering   -575 -578
Cumulatieve waardevermeerdering   281.451 268.764
Marktwaarde in verhuurde staat 1 januari   420.594 395.694
       
Mutaties in het boekjaar:      
Investeringen (Aanschafprijs)      
Aankopen in vastgoed in exploitatie   0 10.332
Investeringen in vastgoed in exploitatie   3.733 972
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   0 0
Totaal investeringen   3.733 11.304
       
Buitengebruikstellingen en afstotingen      
Historische kostprijs   -230 0
Herwaarderingen   -199 0
Totaal buitengebruikstellingen en afstotingen   -429 0
       
Herclassificaties      
Overboekingen naar onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   0 0
Overboekingen van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   0 0
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   -1.033 0
Overboekingen van en naar voorraden en vastgoed voor eigen gebruik   -280 0
Totaal herclassificaties   -1.313 0
       
Waardeveranderingen      
Waardeveranderingen (als gevolg van aanpassingen marktwaarde)   19.439 12.579
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen   -1.680 0
Totaal waardeveranderingen   17.759 12.579
       
Overige mutaties      
Overboekingen van DAEB naar niet-DAEB   -191 -229
Overboekingen van niet-DAEB naar DAEB   703 1.245
Totaal overige mutaties   512 1.016
       
Saldo mutaties   20.262 24.900
       
Historische kostprijs per 31 december   143.581 139.718
Cumulatieve waardevermindering   -2.255 -575
Cumulatieve waardevermeerdering   299.530 281.451
Marktwaarde in verhuurde staat DAEB per 31 december   440.856 420.594
[1.2] Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
Verloopoverzicht [1.2] 2025 2024
Historische kostprijs per 1 januari   29.962 30.557
Cumulatieve waardevermindering   -434 -53
Cumulatieve waardevermeerdering   35.403 35.274
Marktwaarde in verhuurde staat 1 januari   64.931 65.778
       
Mutaties in het boekjaar:      
Investeringen (Aanschafprijs)      
Aankopen in vastgoed in exploitatie   0 70
Investeringen in vastgoed in exploitatie   684 452
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   0 0
Totaal investeringen   684 522
       
Buitengebruikstellingen en afstotingen      
Historische kostprijs   -195 -212
Herwaarderingen   -214 -89
Totaal buitengebruikstellingen en afstotingen   -409 -301
       
Herclassificaties      
Overboekingen naar onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   0 0
Overboekingen van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   0 0
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   0 0
Overboekingen van en naar voorraden en vastgoed voor eigen gebruik   0 0
Totaal herclassificaties   0 0
       
Waardeveranderingen      
Waardeveranderingen (als gevolg van aanpassingen marktwaarde)   2.869 -52
Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen   77 0
Totaal waardeveranderingen   2.945 -52
       
Overige mutaties      
Overboekingen van DAEB naar niet-DAEB   191 229
Overboekingen van niet-DAEB naar DAEB   -703 -1.245
Totaal overige mutaties   -512 -1.016
       
Saldo mutaties   2.709 -847
       
Historische kostprijs per 31 december   29.932 29.962
Cumulatieve waardevermindering   -358 -434
Cumulatieve waardevermeerdering   38.065 35.403
Marktwaarde in verhuurde staat niet-DAEB per 31 december   67.639 64.931
       
Totaal vastgoed in exploitatie (DAEB en niet-DAEB)   508.495 485.525
Specificatie verhuureenheden DAEB: 31-12-2025 31-12-2024
Zelfstandige woningen 2.387 2.396
Extramuraal zorgvastgoed 34 34
Intramuraal zorgvastgoed 38 38
BOG 1 1
Totaal verhuureenheden DAEB 2.460 2.469
Specificatie verhuureenheden niet-DAEB: 31-12-2025 31-12-2024
Zelfstandige woningen 250 254
Parkeren 257 257
BOG 1 1
Totaal verhuureenheden niet-DAEB 508 512
     
Totaal verhuureenheden DAEB en niet-DAEB 2.968 2.981
Algemene toelichting vastgoedbeleggingen

De activa zijn tegen uitgebreide voorwaarden verzekerd. Onderverzekering is hierbij uitgesloten.
De totale WOZ-waarde op peildatum 1 januari huidig boekjaar van het gehele bezit in exploitatie bedraagt € 665 miljoen (2024: € 635 miljoen). Het onroerend goed is geheel gefinancierd met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie en geheel geborgd door het WSW. Hiervoor geldt tegenover het WSW een obligoverplichting. De hoogte van deze verplichting is opgenomen onder de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Als gevolg hiervan is het onroerend goed dat met deze leningen is gefinancierd niet hypothecair bezwaard. Notarieel is vastgelegd dat het WSW volmacht heeft om in bepaalde gevallen rechten van hypotheek en pandrecht te vestigen. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.
De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde, zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). Voor de woningen en parkeergelegenheden heeft Ressort Wonen de basisversie gehanteerd. In het Handboek is opgenomen dat de basisversie de mogelijkheid biedt om op portefeuilleniveau tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

Validatie handboek modelmatig waarderen vastgoed

Ressort Wonen heeft gekozen voor de toepassing van de basisvariant van het handboek modelmatig waarderen van de vastgoedportefeuille. Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisvariant leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full variant leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau.
Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full variant toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balans datum van het daaraan voorafgaande boekjaar.

Verloop van de marktwaarde

De totale waarde van de vastgoedportefeuille is met € 23,0 miljoen gestegen naar een waarde van € 508,5 miljoen. Dit is een stijging van 4,7%. Een specificatie van verloop van de marktwaarde is opgenomen in paragraaf 4.3.2 van het bestuursverslag.

Toelichting totstandkoming marktwaarde

Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Voor gereguleerde woningen geldt dat de eerste 7 jaar niet mag worden uitgepond bij complexmatige verkoop.
Bij scenario uitponden wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip ‘marktwaarde verhuurde staat’. Dit is de marktwaarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.
Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • Prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuren, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • Loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerkosten;
  • Bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • Leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Ressort Wonen heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast.

Parameters marktwaarde
De belangrijkste parameters zijn:
  woningen parkeren intramuraal
Onderhoudslasten per eenheid € 1.650 € 239 € 1.029
Beheerlast per eenheid € 907 € 101 € 1.091
Achterstallig onderhoud € 443 € 0 € 0
       
Mutatiekans door exploiteren 6,39% 5,84% n.v.t.
Mutatiekans uitponden 6,49% 5,84% n.v.t.
Disconteringsvoet 6,33% 8,00% 8,39%
Gemiddelde exit yield 4,55% 8,11% 11,17%
Onder toepassing van de basisversie is geen gebruik gemaakt van de vrijheidsgraden zoals deze zijn opgenomen in het Handboek.
Beleidswaarde

De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 292,7 miljoen.

Uitgangspunten Beleidswaarde
Ressort Wonen heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:
  2025 2024
  DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
1. Gemiddelde streefhuur per woning € 743 € 1.172 € 677 € 975
2. Gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning € 3.584 € 3.439 € 3.815 € 3.950
3. Gemiddelde jaarlijkse beheerlasten per woning € 1.248 € 1.248 € 1.207 € 1.207
4. Aantal verhuureenheden met EFG-label 77 1 80 2
5. Achterstallig onderhoud | aantal woningen 174 93 2 94
5. Achterstallig onderhoud | omvang (€) € 130.304 € 72.334 € 1.452 € 68.244
Ad. 1. Streefhuur

Het streefhuurbeleid van Ressort Wonen heeft een koppeling met de kwaliteit van de woning (WWS-punten) en de doelgroep. De streefhuur is gebaseerd op een percentage van de maximaal redelijke huur, waarbij in veel gevallen hard wordt afgetopt op de voor de doelgroep geldende huurprijsgrens. Daarbij is rekening gehouden met de lopende prestatieafspraken. De streefhuur voor het DAEB bezit is 71% en voor het niet-DAEB bezit 92%.

Ad. 2. Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Planmatig onderhoud
  • Contractonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Reparatie- en klachtenonderhoud

Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid, dan wel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken zijn (minimaal conditiescore 4). Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Ressort Wonen conditiemetingen overeenkomstig NEN 2767. Ressort Wonen hanteert een periodieke actualisatie van de conditiemetingen: eens in de 3 jaar wordt ieder complex opnieuw opgenomen.

In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginstel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw. In de meerjarenonderhoudsbegroting wordt in hoofdlijnen rekening gehouden met de volgende cycli:

Activiteit Periodiciteit
Schilderwerk 7 jaar
Vervangen Cv-ketel 18 jaar
Vervangen mechanische ventilatie 18 – 28 jaar
Vervangen dakbedekking (pannen) 28 - 56 jaar
Vervangen dakbedekking (bitumen) 30 - 56 jaar
Onderhoud voegwerk 7 - 21 jaar
Kozijnvervanging 42 - 49 jaar
Keukens 18 - 36 jaar
Badkamers 18 - 36 jaar
Toiletten 18 - 36 jaar

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte kosten met betrekking tot mutatieonderhoud, reparatie en klachtenonderhoud is gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke zijn geïndexeerd met de bouwkostenindex.
De meerjarenonderhoudsbegroting is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwing, renovatie, sloop, nieuwbouw en verkoop. Voor de beleidswaarde dient de begroting gebaseerd te zijn op de langjarige onderhoudscyclus (60 jaar) van het object op basis van instandhouding. Als gevolg hiervan zijn de volgende correcties doorgevoerd:

  • Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten
  • Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwachting van instandhouding (minimaal conditiescore 4)
  • Ingrijpende verbouwing en renovatie is aangepast naar een situatie waarbij voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing zijn verwerkt
  • Levensduur van complexen is verlengd naar 60 jaar

De meerjarenonderhoudsbegroting kent een horizon van 60 jaar. Voor complexen waar geen representatieve meerjarenonderhoudsbegroting voorhanden is (bijvoorbeeld bij enkele complexen die recent zijn aangekocht), is de norm gehanteerd die gebaseerd is op een soortgelijk complex bij bouwjaarklasse en bouwvorm.

Ad. 3. Beheerlasten

De norm voor beheerlasten is gebaseerd op basis van de door het bestuur en raad van commissarissen goedgekeurde en vastgestelde meerjarenbegroting.

Ad. 4. EFG-Label

Ressort Wonen heeft 77 eenheden met een EF of G label. Voor deze woningen is een (standaard) correctie opgenomen in de beleidswaarde volgens het Handboek. De kosten van deze ingrepen zijn niet meegenomen in de meerjarenonderhoudsbegroting.

Ad. 5. Achterstallig onderhoud

In de marktwaarde in verhuurde staat is voor € 1.183.347.981 aan achterstallig onderhoud ingerekend aan woningbezit. Daarvan is € 980.709 verwerkt in de meerjarenonderhoudsbegroting. Hierdoor resteert in de beleidswaarde van de woningen € 202.638 aan achterstallig onderhoud.

Sensitiviteitsanalyse
In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
Effect op de beleidswaarde (x €1.000,-) Aanpassing Effect
Disconteringsvoet 0,5% hoger 28.344
Gemiddelde streefhuur per maand € 25 lager -16.713
Gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning € 100 hoger -10.413
Gemiddelde jaarlijkse beheerlasten per woning € 100 hoger -10.413
[1.3] Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Het aantal woningen opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden bedraagt eind 2025: 90 (2024: 93). De condities waaronder de transacties hebben plaatsgevonden betreffen een korting op de verkoopprijs welke bij terugkoop verrekend wordt met de taxatiewaarde waartegen de woning teruggekocht wordt.
Op basis van de uitgangspunten ‘Kopen naar Wens’ is eind 2025 voor 9 woningen (2024: 9) erfpacht uitgegeven.

Verloopoverzicht [1.3] 2025 2024
Contractprijs (verkochte woningen)   17.181 17.388
Uitgegeven erfpacht Kopen naar Wens   242 297
Totaal contractprijs per 1 januari   17.423 17.685
       
Cumulatieve waardeveranderingen VOV   11.048 8.138
Cumulatieve waardeveranderingen Kopen naar Wens   199 198
Boekwaarde per 1 januari   28.670 26.021
       
Mutaties in het boekjaar:      
Desinvesteringen      
Contractprijs   -43 -55
Cumulatieve waardeveranderingen   43 -37
       
Overboeking naar vastgoed bestemd voor de verkoop      
Contractprijs   -581 -207
Cumulatieve waardeveranderingen   -415 -93
       
Waardeveranderingen      
Cumulatieve waardeveranderingen   1.732 3.040
       
Saldo mutaties in het boekjaar   736 2.648
       
Contractprijs (verkochte woningen)   16.799 17.423
Cumulatieve waardeveranderingen   12.606 11.246
Boekwaarde per 31 december   29.404 28.669
[1.4] Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Verloopoverzicht [1.4] 2025 2024
Stand per 1 januari   1.108 1.052
       
Mutaties in boekjaar      
Investeringen   359 788
Waardeveranderingen   -7.817 -733
Overboeking van DAEB vastgoed in exploitatie   1.033 0
Saldo mutaties   -6.426 55
       
Aanschafprijs   3.232 1.840
Cumulatieve waardeverminderingen   -8.550 -733
Boekwaarde per 31 december   -5.318 1.108
       
Opgenomen in de voorziening onrendabele investeringen   6.939 0
Boekwaarde onder aftrek van voorziening 31 december   1.621 1.108
Specificatie lopende projecten
  10.1 10.2 10.3 10.5 Diverse Totaal
  Buitenplaats Flexwoningen Ontwikkeling Sloop/NB Projecten  
    Kalishoek Blankenburg Bernhardstraat    
Stand per 1 januari            
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 19 2.644 700 6 30 3.399
Cum. waardeveranderingen en afschrijvingen 0 -2.290 0 0 0 -2.290
Cumulatieve herwaarderingen 0 0 0 0 0 0
Boekwaarde per 1 januari 19 353 700 6 30 1.108
             
Mutaties in het boekjaar:            
Investering/desinvestering van MVA in exploitatie 0 0 0 1.033 0 1.033
Investering/desinvestering 50 31 15 87 176 359
Reeds genomen afwaardering 0 0 0 -889 0 -889
Waardeverandering als gevolg van waardemutatie -7.008 79 0 0 0 -6.929
Saldo mutaties -6.958 110 15 231 176 -6.426
             
Stand per 31 december            
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 69 2.675 715 1.126 206 4.790
Cum. waardeveranderingen en afschrijvingen -7.008 -2.211 0 0 0 -9.219
Cumulatieve herwaarderingen 0 0 0 -889 0 -889
Boekwaarde per 31 december -6.939 463 715 237 206 -5.318
[2] Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Verloopoverzicht [2] Bedrijfsgebouwen Installaties Overige zaken Totaal
Verkrijgingsprijs   2.042 76 719 2.837
Cumulatieve afschrijvingen   -607 -40 -490 -1.137
Boekwaarde per 1 januari   1.435 36 230 1.700
           
Mutaties in het boekjaar:          
Investeringen   152 44 40 237
Afstotingen   0 0 -1 -1
Afschrijvingen   -57 -3 -61 -121
Saldo mutaties   95 41 -22 115
           
Verkrijgingsprijs   2.194 120 759 3.073
Cumulatieve afschrijvingen   -664 -43 -490 -1.258
Boekwaarde per 31 december   1.530 77 208 1.815
[3] Financiële vaste activa
  [3] 2025 2024
Latente belastingvordering(en) [3.1] 172 192
Leningen u/g [3.2] 177 187
Saldo ultimo boekjaar   348 379
[3.1] Latente belastingvorderingen

Latente belastingenvorderingen ontstaan uit hoofde van verschillen tussen de waarde voor de fiscale resultaatbepaling en de waarde in deze jaarrekening. De latentie heeft betrekking op tijdelijke verschillen als gevolg van de waardering van leningen en eventueel verliescompensatie. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.
Het tijdelijke verschil over de leningenportefeuille is gebaseerd op de berekeningssystematiek van de openingsbalans per 1 januari 2008. Dit tijdelijke verschil is opgenomen als een actieve latentie. De nominale waarde bedraagt € 799.656 en de disconteringsvoet 3,17%. Dit leidt tot een waarde van € 171.661 (2024: € 191.596).

Verliescompensatie

Verliescompensatie ontstaat vanuit negatieve resultaten uit het verleden. Sinds ultimo 2021 is er geen sprake meer van verrekenbare verliezen en is de latentie hiervoor afgewikkeld.

Doorexploitatie

De toegelaten instelling voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille. De toegelaten instelling heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van huidige fiscale bepalingen zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige fiscale boekwaarde en is er geen fiscale afwikkeling in de vorm van fiscaal afwaarderen van de complexen. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een nihil-waardering voor de post latentie.

Verwachte verkopen

Het tijdelijke verschil over het vastgoed in exploitatie, waarvan wordt verwacht dat het verkocht wordt vanuit de balansposten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, dan wel vanuit de balanspost Vastgoed bestemd voor de verkoop. Dit betreft de woningen in de verkoopvijver die naar verwachting worden verkocht met een afwijkende fiscale waarde ten opzichte van de commerciële waarde. De toegelaten instelling heeft de intentie om gebruik te maken van de fiscale faciliteit van de herinvesteringsreserve waardoor een verkoop niet tot directe afwikkeling leidt. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een nihil-waardering voor de post latentie.

[3.2] Leningen u/g

Het betreft één lening (renteloos) aan VvE Laan van Nieuw-Blankenburg 320-354 met een looptijd van 30 jaar (resterende looptijd bedraagt 20 jaar). Jaarlijks wordt het af te lossen bedrag verhoogd met € 250. Het kortlopend deel van de langlopende lening u/g bedraagt € 10.987 (2024: € 10.737).
Er zijn geen zekerheden gesteld.

[4] Voorraden
  [4] 2025 2024
Vastgoed bestemd voor de verkoop [4.1] 1.360 646
Saldo ultimo boekjaar   1.360 646
[4.1] Vastgoed bestemd voor de verkoop
Het verloop van deze post is als volgt:
  [4.1] 2025 2024
Saldo ultimo boekjaar:   646 646
Verkopen   -646 0
Toevoegingen   1.360 0
Totaal vastgoed bestemd voor de verkoop   1.360 646
Eind 2025 zijn vier leegstaande woningen beschikbaar voor verkoop (2024: 2).
[5] Vorderingen)
  [5] 2025 2024
Huurdebiteuren [5.1] 263 364
Overige vorderingen [5.2] 66 53
Overlopende activa [5.3] 112 150
Saldo ultimo boekjaar   441 567
[5.1] Huurdebiteuren
  [5.1] 2025 2024
Huurdebiteuren   480 517
Af: voorziening wegens oninbaarheid   -217 -153
Totaal Huurdebiteuren   263 364
[5.2] Overige vorderingen
  [5.2] 2025 2024
Overige vorderingen   66 53
    66 53
Tekst nog aanpassen. In de RvC versie ontbreekt REF 5.2
[5.3] Overlopende activa
  [5.3] 2025 2024
Overige overlopende activa   112 150
    112 150
De post heeft voor een bedrag van € 107.465 betrekking op vooruitbetaalde posten 2025. Overige nog te ontvangen bedragen € 4.480.
[6] Liquide middelen
  [6] 2025 2024
Rekening-courant banken   390 882
Deposito's   0 0
Totaal liquide middelen per 31 december   390 882
De onder de liquide middelen opgenomen deposito’s betreffen uitsluitend deposito’s die direct of vervroegd opvraagbaar zijn. De liquide middelen staan allen ter vrije beschikking.

Passiva

[7] Eigen vermogen
  [7] 2025 2024
Herwaarderingsreserves [7.1] 350.860 328.288
Andere wettelijke reserves [7.2] 324 426
Overige reserves [7.3] 61.618 67.926
Totaal eigen vermogen   412.803 396.640
[7.1] Herwaarderingsreserves
Verloopoverzicht [7.1] 2025 2024
Herwaarderingsreserves 1 januari   328.288 312.833
Realisatie verkoop / sloop   -1.098 -37
Ongerealiseerde herwaardering boekjaar   23.670 15.493
Herwaarderingsreserves 31 december   350.860 328.288
Van bovenstaande herwaarderingsreserves heeft € 12,6 miljoen (2024: € 11,2 mln.) betrekking op Verkopen onder Voorwaarden en Kopen naar Wens.
[7.2] Andere wettelijke reserves
Verloopoverzicht [7.2] 2025 2024
Andere wettelijke reserves 1 januari   426 571
Mutatie boekjaar   -101 -145
Andere wettelijke reserves 31 december   324 426
[7.3] Overige reserves
Verloopoverzicht [7.3] 2025 2024
Overige reserves 1 januari   67.926 69.805
Resultaat boekjaar   16.163 13.431
Mutatie andere wettelijke reserves   101 145
Dotatie aan herwaarderingsreserves   -22.572 -15.456
Overige reserves 31 december   61.618 67.926
Overeenkomstig artikel 3 van de statuten van Ressort Wonen dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet en afgeleide richtlijnen te worden besteed.
De andere wettelijke reserve is gevormd voor de ontwikkelkosten van een DMS- en ERP-systeem.
Voorstel resultaatbestemming

Het bestuur stelt de raad van commissarissen voor het resultaat na belastingen (€ 16,2 miljoen positief) van het boekjaar toe te voegen aan het eigen vermogen. Hiervan wordt € 22,6 miljoen toegevoegd aan de herwaarderingsreserve en € 6,4 miljoen onttrokken aan de overige reserves. Dit voorstel is al in de jaarrekening verwerkt.

[8] Voorzieningen
  [8] 2025 2024
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen [8.1] 6.939 0
Overige voorzieningen [8.2] 59 46
Saldo ultimo boekjaar   6.998 46
[8.1] Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
Verloopoverzicht [8.1] 2025 2024
Voorziening per 1 januari   0 118
Toevoegingen ten laste van het resultaat   7.008 614
Onttrekkingen   -69 -733
Stand per 31 december   6.939 0
De voorziening onrendabele investeringen is gewaardeerd tegen nominale waarde. De verwachting is dat het betreffende project medio 2027 wordt opgeleverd.
[8.2] Overige voorzieningen
Verloopoverzicht [8.2] 2025 2024
Loopbaanbudget      
Stand per 1 januari   45 36
Toevoegingen ten laste van het resultaat   0 16
Onttrekkingen   14 -3
Vrijval ten gunste van het resultaat   0 -4
Stand per 31 december   59 45
Dit betreft de voorziening Individueel Loopbaan Budget. Op grond van de CAO-woondiensten hebben medewerkers jaarlijks recht op een loopbaanontwikkelingsbudget van € 900. Dit budget mag worden opgespaard tot een maximumbedrag van € 4.500, een en ander naar rato van het aantal contracturen.
[9] Langlopende schulden
  [9] 2025 2024
Schulden aan banken [9.1] 87.641 88.815
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV [9.2] 27.594 26.706
Saldo ultimo boekjaar   115.235 115.521
[9.1] Schulden aan banken
  [9.1] 2025 2024
Stand per 1 januari   91.917 84.114
       
Mutaties:      
Nieuw opgenomen leningen (nominale waarde)   5.000 13.103
Nieuw opgenomen leningen (agio)   0 704
Aflossingen   -2.581 -5.503
Amortisatie agio leningen   -522 -501
Overige mutaties   -3.000 0
Saldo mutaties   -1.102 7.803
       
Schulden aan banken   90.815 91.917
Af: Aflossingsverplichting komend jaar   -3.174 -3.102
Stand per 31 december   87.641 88.815
De post overige mutaties 2025 heeft betrekking op een tussentijdse aflossing van de lening met variabele hoofdsom.
De looptijden en de soorten leningen van de leningenportefeuille is als volgt:
    2025 2024
Looptijden      
Tussen 1 en 5 jaar   20.250 0
Langer dan 5 jaar   70.566 91.917
Totaal leningen   90.815 91.917
       
Type      
Vastrentende leningen   89.815 87.917
Variabel rentende leningen   1.000 4.000
Extended leningen   0 0
Basisrenteleningen   0 0
Totaal leningen   90.815 91.917
Algemene toelichting langlopende schulden

Van de opgenomen vastrentende leningen is de gewogen gemiddelde rente: 4,27% (2024: 4,22%). Het totaal van de door Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen bedraagt € 83,5 miljoen (2024: € 80,1 miljoen). De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille bedraagt eind 2025 13,9 jaar (2024: 14,4 jaar). De marktwaarde van de leningen bedraagt € 91,0 miljoen (2024: € 98,0 miljoen). De marktwaarde is gebaseerd op de contante waarde van de rente- en aflossingsverplichting waarvan als rentequote de 6-mands EURIBOR wordt gebruikt. De marktwaarde is inclusief opgelopen rente van € 1,2 miljoen.

Zekerheden

Ten behoeve van de leningen van kredietinstellingen zijn zekerheden gesteld door Waarborgfonds Sociale Woningbouw. In 2021 is een vernieuwde volmacht ondertekend (zie Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen), waarbij het WSW het recht heeft onder voorwaarden pand- en hypotheekrecht te vestigen op het bezit.

[9.2] Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV
Verloopoverzicht [9.2] 2025 2024
Stand per 1 januari   26.706 24.399
       
Mutaties:      
Verminderingen als gevolg van terugkoop   -942 -295
Waardemutatie terugkoopverplichting   1.829 2.602
Saldo mutaties   888 2.307
       
Stand per 31 december   27.594 26.706

Ressort Wonen heeft eind 2025 uit hoofde van de Verkopen onder Voorwaarden een terugkoopregeling voor 90 woningen (2024: 93 woningen). De terugkoopverplichting woningen heeft betrekking op onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden zijn overgedragen aan derden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting. Bij de jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkelingen van onroerende zaken en specifieke contractvoorwaarden met derden.

De verwachtte looptijd van deze post bedraagt:
Looptijden 2025 2024
Niet langer dan 1 jaar 404 345
Tussen 1 en 5 jaar 0 0
Langer dan 5 jaar 27.189 26.361
[10] Kortlopende schulden
  [10] 2025 2024
Schulden aan banken [10.1] 3.176 3.104
Schulden aan leveranciers en handelskredieten [10.2] 2.827 1.703
Schulden ter zake van belastingen, premies en sociale verzekeringen [10.3] 701 276
Schulden ter zake van pensioenen [10.4] 0 18
Overige schulden [10.5] 1 1
Overlopende passiva [10.6] 2.459 2.592
Saldo ultimo boekjaar   9.164 7.694
[10.1] Schulden aan banken

Deze post heeft volledig betrekking op het aflossingsbedragen 2025 van de langlopende schulden (inclusief amortisatie agio).

[10.2] Schulden aan leveranciers en handelskredieten

De post heeft volledig betrekking op de aan leveranciers uitstaande facturen.

[10.3] Schulden ter zake van belastingen, premies en sociale verzekeringen
  [10.3] 2025 2024
Omzetbelasting   298 134
Loonheffing   80 60
Vennootschapsbelasting   323 82
Saldo ultimo boekjaar   701 276
[10.5] Overige schulden
Verloopoverzicht [10.5] 2025 2024
Ontvangen waarborgsommen   1 0
Rente waarborgsommen   0 0
Boekwaarde per 1 januari   1 0
       
Mutaties:      
Mutatie waarborgsommen   0 1
Rente uitgekeerd   0 0
Totaal mutaties   0 1
       
Saldo per 31 december      
Ontvangen waarborgsommen   1 1
Boekwaarde per 31 december   1 1
Waarborgsommen werden bij aangaan van een huurovereenkomsten van huurders ontvangen en als eerste zekerheid voor de voldoening van eventuele verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten gereserveerd. In 2022 is besloten om vanaf 1 april 2022 geen waarborgsommen meer te incasseren, de ontvangen waarborgsommen zijn in 2023 terugbetaald aan de huurders. Vanwege het ontstane kortlopende karakter is deze post in 2022 geclassificeerd naar de kortlopende schulden.
[10.6] Overlopende passiva
  [10.6] 2025 2024
Niet vervallen rente op geldleningen   1.190 1.116
Vooruitontvangen huren   311 273
Vakantiegeld en -dagen   59 38
Overige   898 1.165
Saldo ultimo boekjaar   2.459 2.592
De overige overlopende passiva bestaan uit nog te ontvangen facturen en de transitorische posten voor de afrekening servicekosten.
Financiële instrumenten en risicobeheersing

De wijze waarop wordt omgegaan met financiële instrumenten en de risico’s die ten gevolge daarvan optreden zijn opgenomen in het Treasurystatuut. Het financieel beleid maakt onderdeel uit hiervan. Het Treasurystatuut wordt jaarlijks geactualiseerd. Eventuele wijzigingen worden vastgesteld door bestuur en Raad van Commissarissen. In het Treasurystatuut is opgenomen dat het gebruik van derivaten geheel is uitgesloten.

Prijsrisico

Ressort Wonen heeft geen beleggingen waarbij sprake is van een prijsrisico. De in de wet- en regelgeving aangegeven bepalingen en beperkingen op dit gebied worden door Ressort Wonen volledig gevolgd.

Valutarisico

Ressort Wonen is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico.

Renterisico

Ressort Wonen loopt renterisico over rentedragende vorderingen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken, waaronder te converteren leningen, loopt Ressort Wonen risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Voor 2025 loopt Ressort Wonen op portefeuilleniveau een renterisico over ongeveer € 7,7 miljoen.

Kredietrisico

Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). De uitgangspunten hiervan zijn opgenomen in het Treasurystatuut.

Liquiditeitsrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van Ressort Wonen en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. Ressort Wonen heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. Het aantrekken van langlopende leningen is de belangrijkste bron hiervoor. Op dit ogenblik beschikt Ressort Wonen niet over kasgeld- en rekening-courant faciliteiten. Wel is er de beschikbaarheid van een roll-over lening met flexibele hoofdsom, waarmee fluctuaties in het saldo liquide middelen kan worden gestuurd. Ressort Wonen maakt voor het afdekken van toekomstige uitgaven geen gebruik van financiële instrumenten zoals derivaten.
Het risico bestaat dat Ressort Wonen bij een acuut liquiditeitstekort niet snel genoeg kan handelen om op zeer korte termijn de liquiditeitsbehoefte op peil te brengen.
Investeringsverplichtingen worden uitsluitend aangegaan indien Ressort Wonen zeker heeft gesteld dat hiervoor financiering beschikbaar is of is toegezegd. Ter spreiding van het liquiditeitsrisico maakt Ressort Wonen gebruik van meerdere banken. De vervalkalender van de bestaande leningenportefeuille wordt constant gemonitord.

Beschikbaarheidsrisico

Ressort Wonen heeft de financiële meerjarenplanning zodanig opgesteld dat in alle gevallen faciliteiten voor financiering en herfinanciering beschikbaar blijven. Dat wordt onder andere bereikt door als basis in de meerjarenplanning uit te gaan van lagere dan de door toezichthouders en financiële stakeholders gestelde normen aan de financiële kengetallen. Doordat Ressort Wonen minder afhankelijk wil zijn van een beperkt aantal financiers is Ressort Wonen doorlopend op zoek naar andere bronnen voor lange termijn financiering. Ressort Wonen hanteert ook uitgangspunten die het Waarborgfonds voor de Sociale Woningbouw stelt met betrekking tot het Eigen Middelen Beleid. Hierdoor heeft Ressort Wonen de mogelijkheid om zowel DAEB als niet-DAEB investeringen en aflossingen van leningen te financieren uit de positieve operationele kasstroom en de kasstromen verkopen uit bestaand bezit. De verwachting is dat Ressort Wonen ook na 2022 niet-DAEB investeringen kan financieren uit eigen middelen en voor DAEB-financiering kan volstaan met het aantrekken van WSW geborgde financiering, naast financiering uit eigen middelen. Voor de beschikbaarheid van financiering is de organisatie sterk afhankelijk van het blijvend functioneren van het borgingsstelsel via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Bijdrageheffing Autoriteit woningcorporaties

In artikel 61c van de Woningwet is bepaald dat toegelaten instellingen moeten betalen voor de kosten van de Autoriteit woningcorporaties. Hiertoe moet de Autoriteit woningcorporaties jaarlijks uiterlijk op 1 oktober bij de toegelaten instellingen een bijdrageheffing innen. Artikel 121 van BTIV bevat de wettelijke grondslag voor de berekeningswijze en de procedure. De bijdrageheffing is een jaarlijks terugkerende heffing. De bijdrageheffing van de Aw kent een tarief voor alle woongelegenheden in eigendom van de toegelaten instelling en haar dochtermaatschappijen en een tarief per EUR 1.000 WOZ-waarde (beide) op 31 december van het voorafgaande jaar.

Heffing voor saneringssteun

De Autoriteit woningcorporaties heeft aan de corporatiesector een heffing voor saneringssteun opgelegd.
De heffing voor 2025 is € 0 (net als in 2024). Eerder is al aangegeven dat verwacht wordt dat er voor de komende jaren geen beroep gedaan zal worden op de sector.

WSW-obligoverplichting

Ressort Wonen is als deelnemer aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). In dat kader is Ressort Wonen verplicht bij te dragen aan het risicovermogen van het fonds als dit onder het door WSW gestelde minimum daalt of indien renteloze leningen (van het Rijk of gemeenten) moeten worden afgelost. Deze verplichting bestaat uit twee componenten.

  • Jaarlijks obligo: dit betreft een mogelijke jaarlijkse heffing van maximaal 0,34% van het netto geborgde schuldrestant per 31 december van het voorgaande jaar. WSW gebruikt deze bijdrage ter aanvulling van het risicovermogen of voor de aflossing van renteloze leningen. Voor 2025 was het jaarlijkse obligo voor Ressort Wonen 0,0269%, voor begrotingsdoeleinden adviseert WSW om structureel een percentage van 0,168% in te rekenen.
  • Gecommitteerd obligo: dit betreft een aanvullende verplichting tot maximaal 2,6% van het netto schuldrestant, waarvoor Ressort Wonen een obligolening aangaat. Als het jaarlijks obligo ontoereikend is kan, kan WSW op dit gecommitteerde obligo een beroep doen. De verplichting kan worden voldaan via een trekking op de obligolening of door storting van liquide middelen.
    De omvang van deze verplichtingen en eventuele inning worden jaarlijks door WSW vastgesteld en schriftelijk aan Ressort Wonen meegedeeld. Ressort Wonen streeft ernaar het aantal betalingsmomenten per jaar te beperken tot één.
    De toegelaten instelling heeft ultimo 2025 € 2.108.000 (2024: € 1.884.000) aan obligolening (met variabele hoofdsom) aangetrokken.
Claims

Er zijn geen claims ingediend tegen Ressort Wonen.

Getekende aanneemovereenkomst

In december 2025 heeft Ressort Wonen voor het project Buitenplaats Brielle een aanneemovereenkomst met Roosdom Tijhuis gebiedsontwikkeling getekend. De bijbehorende verplichting bedraagt € 23,2 miljoen.